
De do’s and dont’s bij het aangaan van distributieovereenkomsten
9 juli 2024Non-conformiteit bij de aankoop van een paard: de klachtplicht, mededelingsplicht en onderzoeksplicht
Bij de koop en verkoop van paarden kunnen juridische complicaties ontstaan zoals non-conformiteit, vooral wanneer gezondheidsproblemen zich na de aankoop openbaren. Het laatste wat een koper wil, is een paard dat niet aan de verwachtingen voldoet. Evenmin wil een verkoper onverwachts aansprakelijk worden gesteld voor verborgen gebreken. Hoe voorkom je juridische problemen bij de aankoop van een paard?
Een recente uitspraak van de Rechtbank Overijssel onderstreept het belang van heldere afspraken en de onderzoeksplicht en mededelingsplicht van een koper en verkoper. Ook is in deze zaak van belang of een koper, dan wel verkoper, kwalificeert als een professionele partij of consument. Voor consumentenkoop gelden namelijk andere regels bij de verkoop en aankoop van een paard dan wanneer daar geen sprake van is.
De onderliggende feiten van deze zaak
Op 21 mei 2022 kwamen de koper en de verkoper een koopovereenkomst overeen voor de verkoop van een vijfjarige ruin tegen een prijs van €11.250,00. In de verkoopadvertentie werd het paard omschreven als “100% braaf” en zonder gebreken. Daarnaast werd vermeld dat het dier recent zowel klinisch als röntgenologisch was goedgekeurd, inclusief de rug en hals.
De levering vond plaats op 22 mei 2022. De koper ontving onder meer het paspoort van het paard, een keuringsrapport van 28 april 2022 en röntgenfoto’s van 28 april en 11 mei 2022. Volgens de koper ontbrak echter het bijbehorende verslag van de keuring van 11 mei 2022.
Kort na de aankoop, op 28 mei 2022, raakt het paard gewond door een incident bij de koper. Het paard was tegen een paal opgesprongen waarna het paard een behandelperiode en fysiotherapie kreeg. Vanaf september 2022 bleek echter dat het paard nog steeds problemen had: het paard vertoonde kreupelheid, ataxie en kramperigheid. Uit nadere medische onderzoeken in april 2023 bleek dat het dier afwijkingen had aan de hals en rug, waaronder kissing spines en onvervulde facetgewichten. Volgens een dierenarts waren deze aandoeningen chronisch en was het paard niet geschikt als rijpaard. Ook concludeerde de dierenarts dat deze aandoeningen niet het gevolg konden zijn van het incident bij koper.
Op 19 mei 2023 stelde de koper de verkoper aansprakelijk wegens non-conformiteit op grond van artikel 7:17 BW. De koper voerde aan dat het paard op het moment van levering al gebrekkig was in tegenstelling tot wat koper bij aankoop van het paard mocht verwachten.
De verkoper betwistte dat het paard bij levering gebrekkig was en stelde dat van non-conformiteit die voor rekening en risico van verkoper zou komen, geen sprake was.
De kern van het geschil draait om de vraag of het paard ten tijde van de koop reeds gebrekkig was en daarmee niet voldeed aan de overeenkomst. Daarbij speelt de bewijspositie van de koper een belangrijke rol, met name of het wettelijke vermoeden van non-conformiteit bij consumentenkoopovereenkomsten van toepassing is en in hoeverre de verkoper heeft voldaan aan de zorgvuldigheidseisen bij de keuring en de informatievoorziening rondom de verkoop.
Het oordeel van de rechter
Het gaat in deze kwestie om een aantal belangrijke kwesties en vraagstukken:
- Is sprake van consumentenkoop en dus van het voorshands vermoeden van het bestaan van gebreken bij aflevering indien deze gebreken zich binnen één jaar na aankoop openbaren?
- Heeft koper tijdig bij verkoper geklaagd zodat deze niet onevenredig is geschaad in diens bewijspositie?
- Is verkoper een aanvullende schadevergoeding, bestaande uit onder andere de door koper gemaakte stallingskosten, verschuldigd aan koper?
Is sprake van consumentenkoop en dus van het voorshands vermoeden van het bestaan van gebreken bij aflevering indien deze gebreken zich binnen één jaar na aankoop openbaren?
Ten eerste is het om deze vraag goed te kunnen beantwoorden relevant om toe te lichten was consumentenkoop exact inhoudt en wanneer daarvan sprake is. Van consumentenkoop is sprake wanneer de verkopende partij handelt vanuit beroep of bedrijf en deze een koopovereenkomst sluit met een particulier (artikel 7:5 BW). Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een paardenhandelaar op regelmatige basis paarden inkoopt en verkoopt en deze paardenhandelaar een paard verkoopt aan een particulier die een paard hobbymatig inkoopt. Het is niet noodzakelijk dat de paardenhandelaar ook daadwerkelijk een onderneming drijft om te kwalificeren als verkopende partij die handelt vanuit beroep of bedrijf.
Er is bijvoorbeeld geen sprake van consumentenkoop als een particulier een paard verkoopt aan een andere particulier of wanneer een professionele partij een paard verkoopt aan een ander professionele partij.
De kantonrechter oordeelde dat in deze zaak sprake was consumentenkoop. Dat heeft vergaande gevolgen voor deze zaak omdat bij consumentenkoop vermoed wordt dat het paard (“de zaak”) bij aflevering al niet aan de overeenkomst beantwoordde, indien sprake is van gebreken die zich binnen één jaar na levering openbaren, tenzij de verkopende partij anders aantoont of tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet. Voor de verkopende partij is de kwalificatie van de koopovereenkomst als consumentenkoop een groot nadeel. Niet de kopende partij maar de verkopende partij zal nu moeten aantonen dat van de uitzonderingssituatie sprake is en dat het paard bij levering geen gebreken vertoonde. De verkoper heeft aangevoerd dat de gezondheidsklachten mogelijk waren veroorzaakt door het incident dat op 28 mei 2022 heeft plaatsgevonden bij de koper, maar slaagde er niet in om dit met voldoende medische zekerheid aan te tonen. Waarschijnlijk had de verkoper in deze procedure gelijk kunnen krijgen als verkoper als consument kwalificeerde of wanneer de koper als professioneel handelende partij kwalificeerde.
Gezien de aard van de aandoeningen – namelijk structurele problemen en een chronische aandoening zoals kissing spines – ligt het niet voor de hand dat deze door het incident zijn ontstaan, aldus de kantonrechter en verschillende deskundigerapporten. Hierdoor voldoet verkoper niet aan de vereisten van de uitzonderingssituaties.
Heeft koper tijdig bij verkoper geklaagd zodat deze niet onevenredig is geschaad in diens bewijspositie?
Artikel 7:23 BW bepaalt dat een koper de verkoper op tijd moet informeren over een gebrek zodra hij dit ontdekt of had moeten ontdekken. Hoeveel tijd een koper hiervoor heeft, hangt af van de situatie. Bij een consumentenkoop wordt meestal aangenomen dat een klacht binnen twee maanden na ontdekking nog op tijd is. Kantonrechter heeft geoordeeld dat koper tijdig heeft geklaagd. Hoewel de koper medio 2022 al een vermoeden van gebreken had, was in april 2023 pas duidelijk welke gebreken precies aanwezig waren. In mei 2023 klaagde de koper vervolgens over deze klachten bij de verkoper. De klachtplicht ging in op het moment dat de medische situatie van het paard voldoende duidelijk werd, aldus in april 2023. Aangezien de gebreken vermoedelijk al bij de levering aanwezig waren en de koper pas later in staat was om deze met zekerheid vast te stellen, werd de klachttermijn niet te laat geacht. De koper handelde dus binnen de geldende termijn, en de verkoper werd niet in zijn bewijspositie benadeeld.
Is verkoper een aanvullende schadevergoeding, bestaande uit onder andere de door koper gemaakte stallingskosten, verschuldigd aan koper?
De kantonrechter wijst de ontbinding van de koopovereenkomst met betrekking tot het paard toe en veroordeelt gedaagde de koopprijs van € 11.250,00 te voldoen. De vordering tot schadevergoeding wordt echter grotendeels afgewezen. De schadevergoeding met betrekking tot de medische kosten van het onderzoek wordt voor een bedrag van € 490,05 wordt wel toegewezen.
De stallingskosten van koper zijn afgewezen omdat koper verkoper pas op een later moment op de hoogte heeft gesteld van de vermoedelijke gebreken zodat verkoper de kans is ontnomen om schadebeperkend te handelen. Hierdoor komt de schade, die door de vertraging in het handelen van de koper is ontstaan, voor rekening van de koper zelf. Enkel de kosten van het medisch onderzoek, ter hoogte van € 490,05, worden als schadevergoeding toegewezen.
Is verkoper een aanvullende schadevergoeding, bestaande uit onder andere de door koper gemaakte stallingskosten, verschuldigd aan koper?
De kantonrechter wijst de ontbinding van de koopovereenkomst met betrekking tot het paard toe en veroordeelt gedaagde de koopprijs van € 11.250,00 te voldoen. De vordering tot schadevergoeding wordt echter grotendeels afgewezen. De schadevergoeding met betrekking tot de medische kosten van het onderzoek wordt voor een bedrag van € 490,05 wordt wel toegewezen.
De stallingskosten van koper zijn afgewezen omdat koper verkoper pas op een later moment op de hoogte heeft gesteld van de vermoedelijke gebreken zodat verkoper de kans is ontnomen om schadebeperkend te handelen. Hierdoor komt de schade, die door de vertraging in het handelen van de koper is ontstaan, voor rekening van de koper zelf. Enkel de kosten van het medisch onderzoek, ter hoogte van € 490,05, worden als schadevergoeding toegewezen.
Conclusie
Het kopen of verkopen van een paard is meer dan een kwestie van vertrouwen. Een goede voorbereiding en heldere afspraken kunnen juridische conflicten voorkomen en financiële tegenvallers beperken. Zorg dat je weet waar je aan toe bent en laat je bij twijfel adviseren door een specialist. Zeker zodra een conflict, zoals hiervoor omschreven, zich voordoet.
Wil je meer weten over hippisch recht of heb je specifieke vragen over jouw situatie? Neem dan gerust contact met ons op. Onze specialisten staan klaar om je te helpen met deskundig advies en begeleiding.