Vragen? Neem vrijblijvend contact op via 073 – 303 00 51

Vragen? Neem vrijblijvend contact op via 073 – 303 00 51

Concurrentiebeding niet altijd afdwingbaar | Cluster Advocatuur

Concurrentiebeding niet altijd afdwingbaar

26 maart 2026
Concurrentiebeding niet altijd afdwingbaar | Cluster Advocatuur

Concurrentiebeding niet altijd afdwingbaar

26 maart 2026
Onderbreking arbeidsongeschiktheid 4 weken | 104 weken loon

Onderbreking van arbeidsongeschiktheid van vier weken: nieuwe periode van 104 weken loondoorbetaling

Wanneer een werknemer langdurig ziek is, moet de werkgever in beginsel gedurende 104 weken loon doorbetalen. Maar wat als de werknemer gedurende die periode een tijd arbeidsgeschikt is geweest? De rechtbank Noord-Holland heeft zich hier onlangs over uitgelaten.

Feiten en achtergrond

De werknemer is sinds 1997 in dienst bij het Team Kanton van de Rechtbank Rotterdam, laatstelijk in de functie van junior gerechtsjurist. De werknemer raakt op 30 mei 2023 arbeidsongeschikt. Per 16 september 2024 is de werknemer door de bedrijfsarts volledig arbeidsgeschikt geacht en hersteld gemeld. Vanaf die datum heeft zij haar werkzaamheden weer verricht. Partijen zijn het erover eens dat de werknemer in ieder geval per 1 januari 2025 (met terugwerkende kracht) weer arbeidsongeschikt is. Volgens de werkgever is de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van 104 weken inmiddels verstreken, onder meer op basis van een advies van de bedrijfsarts van 28 oktober 2025. Daarin wordt kort gezegd aangegeven dat de medische beperkingen van de werknemer al jaren een rol spelen. De werknemer zou daarom onafgebroken arbeidsongeschikt zijn geweest. De werknemer moet daarom een WIA-uitkering aanvragen. Omdat die aanvraag uitblijft, besluit de werkgever het loon per 2 januari 2026 stop te zetten. De werknemer is het daar niet mee eens en stapt naar de kantonrechter.

Oordeel van de kantonrechter

Als de arbeidsongeschiktheid wordt onderbroken door een periode van vier weken of langer waarin de werknemer arbeidsgeschikt is, begint een nieuwe loondoorbetalingsperiode van 104 weken te lopen.

Uitgangspunt bij ziekte is dat in beginsel de werknemer bepaalt of hij al dan niet (meer) arbeidsongeschikt is. De werkgever kan pas na advies van de bedrijfsarts beoordelen of hij de ziek- of hersteldmelding accepteert.

Als de werkgever het niet eens is met het standpunt van de werknemer — en dit standpunt wordt ondersteund door de bedrijfsarts — ligt het op de weg van de werkgever om een deskundigenoordeel aan te vragen bij het UWV. Dat heeft de werkgever in deze zaak niet gedaan.

De kantonrechter oordeelt in kort geding dat de werknemer voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een onderbreking van minimaal vier weken is geweest. Daarmee is per 1 januari 2025 een nieuwe periode van 104 weken loondoorbetaling gaan lopen.

De loonstop die de werkgever heeft doorgevoerd, is dan ook onterecht. Wel wordt het loon na 52 weken arbeidsongeschiktheid bijgesteld naar 70%, conform de cao Rijk.

De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon, de wettelijke verhoging van 25%, de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.

Conclusie

Deze uitspraak onderstreept het belang van goede documentatie en communicatie over arbeidsongeschiktheid, eventuele onderbrekingen en de loondoorbetalingsperiode.

Bij twijfel over een onderbreking — en als het advies van de bedrijfsarts daar geen duidelijkheid over geeft — doet de werkgever er verstandig aan een deskundigenoordeel van het UWV aan te vragen. Werkgevers moeten daarnaast zorgvuldig omgaan met maatregelen zoals een loonstop of loonopschorting.

Voor werknemers is het van belang om periodes van herstel goed te documenteren, omdat dit grote gevolgen kan hebben voor hun recht op loon.

Heb je een vraag over loondoorbetaling bij ziekte, een loonstop of een ander arbeidsrechtelijk onderwerp? Neem dan gerust contact op.