
Onderbreking van arbeidsongeschiktheid van vier weken: nieuwe periode van 104 weken loondoorbetaling
14 april 2026
Onderbreking van arbeidsongeschiktheid van vier weken: nieuwe periode van 104 weken loondoorbetaling
14 april 2026
Afschaffing compensatieregeling transitievergoeding: komen slapende dienstverbanden terug?
Wat speelt er?
De aandacht gaat nu vaak uit naar plannen om de transitievergoeding in de toekomst te veranderen. Toch ligt er op dit moment al iets concreets op tafel: het wetsvoorstel om de compensatie van de transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid te stoppen.
Dat is belangrijk, omdat die compensatieregeling nu nog een deel van de kosten opvangt voor werkgevers. Als die regeling verdwijnt, blijven werkgevers wel de transitievergoeding verschuldigd, maar krijgen zij daarvoor geen compensatie meer. Juist dat kan veel invloed hebben op de praktijk.
Hoe zit het nu?
Op dit moment kunnen werkgevers in bepaalde gevallen compensatie krijgen voor de transitievergoeding die zij betalen als een werknemer na twee jaar ziekte uit dienst gaat. Die regeling is ingevoerd omdat werkgevers bij langdurige arbeidsongeschiktheid al veel kosten maken. Denk aan twee jaar loon doorbetalen, re-integratieverplichtingen en kosten voor vervanging.
De gedachte achter die regeling was duidelijk: voorkomen dat werkgevers na die twee jaar óók nog volledig zelf de transitievergoeding moeten dragen.
Wat verandert er dan?
Als het wetsvoorstel doorgaat, verdwijnt die compensatie met ingang van 1 januari 2027. Dat betekent dat werkgevers de transitievergoeding straks zelf moeten betalen, zonder tegemoetkoming.
En daar zit precies het spanningspunt. De regels over de transitievergoeding zelf veranderen voorlopig nog niet. Met andere woorden: de verplichting om te betalen blijft bestaan, maar de compensatie verdwijnt mogelijk eerder. Daardoor ontstaat een tussenperiode waarin de kosten voor werkgevers ineens flink kunnen oplopen.
Waarom is dat zo relevant?
Die compensatieregeling had niet alleen een financiële functie. Zij speelde ook een rol bij het tegengaan van slapende dienstverbanden.
Daarmee worden arbeidsovereenkomsten bedoeld van werknemers die al langer dan twee jaar ziek zijn, maar van wie het dienstverband niet wordt beëindigd. In het verleden gebeurde dat geregeld om te voorkomen dat een transitievergoeding moest worden betaald.
Door de compensatieregeling en de rechtspraak daarover werd die prikkel minder sterk. Maar als de compensatie straks wegvalt, kan dat veranderen.
Keren slapende dienstverbanden terug?
Dat valt nog niet met zekerheid te zeggen, maar het risico is er wel. Als werkgevers opnieuw volledig zelf opdraaien voor de transitievergoeding, kan dat ertoe leiden dat zij terughoudender worden met het beëindigen van het dienstverband van langdurig zieke werknemers.
Dat hoeft niet meteen te betekenen dat slapende dienstverbanden massaal terugkomen. Wel is het goed voorstelbaar dat werkgevers kritischer gaan kijken naar de timing van ontslag, de inhoud van het dossier, de re-integratie en de vraag of een beëindiging op dat moment financieel haalbaar is. Daarmee neemt ook de kans toe op nieuwe discussies en procedures.
Wat zegt de Raad van State?
Ook de Afdeling advisering van de Raad van State heeft hier kritisch naar gekeken. De kern van die kritiek is begrijpelijk: als de overheid de compensatie schrapt, maar de verplichting om de transitievergoeding te betalen in stand laat, ontstaat een systeem dat opnieuw wringt.
De principiële vraag is dan ook of het logisch is om de compensatie weg te halen zonder tegelijk de regeling over de transitievergoeding zelf aan te passen. Zolang dat niet gebeurt, blijft er een tussenfase bestaan waarin de praktijk opnieuw onder druk kan komen te staan.
Wat betekent dit voor werkgevers en werknemers?
Voor werkgevers betekent dit vooral meer financiële druk. Dat kan invloed hebben op de manier waarop dossiers van langdurig zieke werknemers worden beoordeeld en afgehandeld.
Voor werknemers kan dit juist leiden tot meer onzekerheid. Als werkgevers minder snel tot beëindiging overgaan, kan langer onduidelijk blijven waar zij aan toe zijn. Daarmee raakt deze wijziging dus beide kanten van de arbeidsrelatie.
Conclusie
De voorgenomen afschaffing van de compensatieregeling is meer dan een technische aanpassing. Als de compensatie verdwijnt, maar de transitievergoeding gewoon verschuldigd blijft, verschuift het financiële risico volledig naar de werkgever.
Juist in die tussenperiode kan de praktijk weer gaan schuren. Daarom is het goed mogelijk dat de discussie over slapende dienstverbanden opnieuw terugkomt.
Slot
Wil je weten wat deze ontwikkeling mogelijk betekent voor jouw organisatie of voor een concreet dossier over langdurige arbeidsongeschiktheid? Neem dan gerust contact op.

